19 februari 2006

plaatje
Wat een mooi plaatje is het, h?

windmolen Dit weekend was weer een lekker klusweekend. Alle vrije weekenden van Warren hebben we ingepland om naar Ketelhaven te gaan. Er moet nog steeds genoeg gebeuren, dus moeten we aan de gang blijven. Vanaf begin dit jaar was dit het 3e isolator weekend pas! Maar we vorderen gestaag. De windmolen draait op volle toeren en laadt de accu's lekker op. Het reddingsvlot was weer een rib uit ons lijf, maar is wel een must in onze uitrusting. Het ligt inmiddels op zijn plek en krijgt nog een stevigere ondergrond door een frame van 2 latjes, stevig in de lak gezet. Daarmee ligt het als een huis. De SSB radio is aangesloten en de antenne is zaterdag langs de achterstag gemonteerd, die via de isolator onderdeks verbonden wordt met de antennetuner. Deze is met heel veel pijn en moeite tussen de gasbun en de spiegel tegen de buitenwand van de gasbun geschroefd. Daarvoor moest Warren zich in rare bochten wringen om erbij te kunnen. Vanochtend konden we testen of we ontvangst hadden. Zenden mogen we nog niet, Warren doet in maart examen voor zendamateur.

Het was zaterdag een prachtige dag met weinig wind en lekkere zon, perfect weer om de boot een goede sopbeurt te geven. Je snapt niet waar die viezigheid vandaan komt, maar het was echt nodig. De Nightfly ligt er weer glimmend bij zoals je hierboven ziet. Vanochtend nog een aantal koudebruggen weggewerkt. In de achterkajuit waren een 3-tal plekken waar wat staal nog onbekleed was. Dat zorgde voor de nodige druppels water. En dat willen we niet! Aftimmeren die handel, na eerst de hele achterkajuit in een vorig weekend nog eens 2x in de lak te hebben gezet. De meters die onder de buiskap staan, hebben nu ook een mooie behuizing gekregen, geheel van teak gemaakt. Het lastige is dat er eerst gemeten moet worden en mallen gemaakt, passen en thuis weer namaken van teak. Op de boot passen, meten, schaven, raspen, net zo lang tot het als gegoten zit. Want Warren is niet zo maar tevreden.

We hebben al een paar flinke koude nachten gehad begin dit jaar. Het vroor aardig en ondanks dat we maatregelen hebben genomen tegen de vorst, heb je toch zoiets van, stel dat dat niet voldoende bescherming biedt. Dan zouden de afsluiters stuk kunnen vriezen of erger nog de motor. Dus toch maar "even" op en neer om te checken. Warren na z'n middagdienst om 22.00 uur richting Ketelhaven, de temperatuur binnen in de boot is dan 2 C, kacheltje aangestoken, bed in gedoken om zelf warm te worden. Als je dan 's ochtends wakker wordt, heeft de kachel het behaaglijk gemaakt naar zo'n 15 C. Aardig verschil toch. Je bent weer wat geruster als je dan weggaat. De haven was zelfs bevroren, dus je hebt in ieder geval het idee dat het niet voor niks was.

En van de vorige weekenden werden we midden in de nacht wakker en hadden we een opvallend koude neus. Nou, volgens mij is de kachel uit, opperde ik. Hand om het hoekje gestoken, voelen boven de kachel en ja, verdomd hij was uit. Dus bed uit, de temperatuur was al gedaald tot 4C, brrrr. In de tank gekeken, en ja, geen druppel meer. Wat nu. Maar zoals in elke goede film kwam ook hier Mc Gyver tevoorschijn. Het toeval was dat Warren die dag een pomp op de hoofd dieseltank had genstalleerd, die als je hem aan zet, de tank (van de kachel) voor in de punt bijvult. Alleen zat er nog geen spanning op die pomp, de schakelaar daarvoor hadden we nog niet. Maar Warren is niet voor niets een elektricien van oorsprong, dus in z'n onderbroek in het holst van de nachtjes een paar draadjes tegen elkaar prutsen en zowaar, de pomp begon te lopen. Toen er genoeg diesel in de voorste tank zat, kon de kachel weer aangestoken worden en mocht Warren voor deze keer z'n koude voeten bij mij opwarmen. Want ik had dit alles natuurlijk vanonder m'n dekbedje + slaapzak met een glimlach gevolgd, mijn held zorgde weer voor een oplossing.

Warren leest In de bakskist aan stuurboord hebben we een houten stang langszij bevestigd, waar alle lijnen aan opgehangen kunnen worden. Voor de hendel van de lenspomp, de stuurautomaat en voor de luiken van de kajuitingang zijn handige bevestigingen gemaakt, waardoor ze niet los in de bakskist slingeren. Er is inmiddels ook verlichting in die bakskist, evenals binnen waar alle leeslampjes, keukenverlichting en kaartleeslamp op hun plek zitten. Over elk zo'n detail moet je goed nadenken, welke plek is handig, geeft het zo voldoende licht om te zien wat je wilt zien.

De instap naar binnen is voor mij nu ook wat makkelijker geworden. Er mistte nog steeds een bovenste traptree, waardoor de eerste stap een, voor korte benen, behoorlijk grote stap was. Deze tree heeft een dubbelfunctie gekregen, want hij doet tevens dienst als gereedschapskist. Het is dus een dichte kist waarvan de bovenkant scharnierend open kan. Tegen de binnenwand van de entree (waarachter het motorbedieningspaneel aan de kuipkant zit) zit nu ook een 12 volt stopcontact, de luidspreker van de marifoon en de marifoon zelf. Daardoor is deze heel makkelijk buiten te gebruiken n te verstaan. Wel zo handig als je alleen bent.

sisalpaal Voor de bekleding van de maststeun binnen moest ook nog wat bedacht worden. Vanuit het plafond loopt de bedrading van de mast naar beneden, waar die onder de vloer verder gaat naar het elektriciteitsverdeelpunt. oftewel de "meterkast". Maar die bedrading langs de mast moest ook mee weggewerkt worden. Daarvoor hebben we 50 meter polipropyleen touw gebruikt wat lijkt op het ouderwetse sisaltouw. Dit hebben we heel strak om de maststeun gedraaid, af en toe met wat steken draad vastgenaaid, van de tafel tot boven aan het plafond en onder de tafel weer verder tot aan de vloer. Het staat heel bijzonder, voelt lekker aan en kan ook dienst doen als foto- en kaartenprikpaal.

In de tussentijd is er thuis ook nog het nodige gedaan. De garage is weer van een halve een hele garage geworden. Dat er ooit een boot gestaan heeft, kan je je nu niet meer voorstellen. Op de zolder, keuken en in 2 slaapkamers hier en daar stukwerk vernieuwd, de keldermuur ziet er weer als nieuw uit. De lekkende kraan op de douche lekt niet meer. En dat allemaal tussen het gewone werk door. Maar we moeten wel, want ons huis komt binnenkort in de verkoop en dan wil je ook dat alles er netjes uit ziet. En nu maar hopen dat iemand "verliefd wordt" op ons huis.

Ketelhaven-Makkum 1 april 2006

De eerste zeiltrip van dit jaar hebben we erop zitten!! Onze winterligplaats in Ketelhaven is tot 1 april en daarna hebben we in Makkum een ligplaats bij Seabell. Dat betekent een vaartochtje naar het Noorden. Dus het is echt waar, geen grap, we gaan dit jaar voor het eerst zeilen op 1 april. En het weer wordt behoorlijk onstuimig voorspeld, Z-ZW 5-6 in buien windstoten van 35 knopen, windkracht 8. Dat kan nog leuk worden...en ik heb al buikgriep!

Om 9.40 uur starten we de motor en varen de haven uit. We hijsen de zeilen en gaan richting Ketelbrug. Ik moet de helmstok echt goed vasthouden, er staat behoorlijk wat kracht op en het is weer even wennen. Na de Ketelbrug steken we 1 rif in het grootzeil, rollen de genua een stukje in zodat het oppervlak wat kleiner wordt. Onze snelheid is constant 8 knopen, dat hebben wij nog niet eerder op de teller zien staan. En keer tikken we zelfs de 9 aan. Tussen de jagende wolken door zien we af en toe wat blauws en we zeilen zon beetje tussen de buien door. We hadden eigenlijk via Enkhuizen willen gaan om bij Kniest naar extra reddingsvesten te gaan kijken. Maar we besluiten met dit weer toch maar om rechtstreeks naar Makkum te varen.

Rond 12.00 uur verleggen we onze koers dan ook en stuiven lekker door. De zon krijgt steeds meer ruimte, maar de wind wordt er echt niet minder door. Het lijkt zelfs harder te gaan waaien, eerst was het gemiddeld rond de 20 knopen wind, maar dat wordt steevast 25-30 met een uitschieter van 34 knopen, windkracht 8. Nightfly surft lekker over de golven die toch behoorlijk zijn. Om 16.30 uur lopen we de haven van Makkum binnen, wat nog een verrassinkje oplevert. We gaan op zeil aan de hoge kant de haven aanloop binnen, er komt een flinke wind stuurboord in en er zijn aardige golven. We zitten echt binnen de betonning en opeens voelen we dat de kiel een zandbankje aantikt. De meter geeft opeens een diepte onder de kiel aan van 0,2 meter. Dat is even schrikken, snel wat afvallen waarna we zonder problemen de haven ingang binnenvaren.

Op zoek naar onze nieuwe ligplaats tot 1 oktober dit jaar. Box nummer 39 is voor ons in de haven van Seabell. In deze haven hebben we ook gelegen toen afgelopen oktober ons schip getuigd werd. Het is een kleine haven en we liggen op een mooi plekje waar we op het achterdek lekker van de avondzon kunnen genieten. De breedte van de box laat niets te wensen over, aan elke kant houden we zo'n 5 cm over. Mooie oefening om de box recht in te varen. Snel even naar de havenmeester melden, vragen tot hoe laat de winkels in het dorp open zijn op zaterdagmiddag. Effe doorstappen naar het dorp, want hij denkt dat ze om 17.00 uur sluiten! En we willen nog even vers brood voor het ontbijt morgen halen. Uiteindelijk zijn we ruim op tijd, de supermarkt is tot 18.00 uur open. Daarna lekker douchen en weer naar het dorp lopen om een lekker hapje te gaan eten. Om 21.00 uur zijn onze gasten gearriveerd. Roeland en Marjon slapen vannacht bij ons aan boord en gaan morgen mee zeilen. Na afloop zullen ze ons naar onze auto brengen die nog in Ketelhaven staat. De wekker wordt op 7.30 uur gezet en om 24.00 uur gaan we te kooi.

Zondag 2 april

De wekker loopt af. Buiten is het helemaal grijs en de regen valt gestaag naar beneden. Dat hadden we niet afgesproken. We draaien ons allemaal nog even lekker om en rond 9.00 uur staat het ontbijt klaar. Het ziet er nog steeds niet veelbelovend uit buiten en we 2 april 06 IJsselmeer besluiten dat, als het om 13.00 uur nog niet is opgeknapt er vandaag niet meer gezeild gaat worden. We kletsen lekker bij onder het genot van een bakkie koffie met Groningse koek, meegenomen door onze vrienden. Rond 12.00 uur komt Roeland terug van het toiletgebouw, steekt zn hoofd naar binnen en vraagt wanneer we vertrekken. Het is zowaar droog en de lucht is niet meer egaal grijs. Een half uurtje later loopt de motor en varen we uit. We zijn nog niet op het IJsselmeer of de zon piept tussen de wolken door en niet veel later is de lucht werkelijk helemaal opengebroken, blauw met mooie witte wolken. Prachtig zeilweer dus! We koersen naar het Westen en varen hoog aan de wind met een snelheid van zo'n 7 knopen. De wind is gemiddeld 15 knopen. Roeland stelt voor om naar het haventje van Breezanddijk aan de Afsluitdijk te varen. Aldus geschiedt. Daar liggen we een tijdje later langszij een binnenvaart schip afgemeerd en eten wat in het zonnetje. Het is 11,5 C en uit de wind voelt het al lekker aan. Warren benut de pauze om de verstaging aan beide zijden wat strakker te zetten. Zo moet er nog van alles bijgesteld, getrimd en aangepast worden. Voor de wind gaan we weer richting Makkum en leggen om 17.30 uur weer aan. Al met al hebben we 23 mijl afgelegd. Daarna alles goed opruimen, de genua gaat eraf, het grootzeil netjes opdoeken, de huik erover. Alle lijnen goed opschieten, want het duurt maar liefst 4 weken voordat we weer aan boord komen. Eigenlijk veel te lang, maar het is niet anders. Om 20.00 uur zijn we weer in Ketelhaven, eten nog even wat in restaurant Lands End en nemen daarna afscheid van elkaar. De conclusie is dat we werkelijk een heerlijk weekend achter de rug hebben waarin we onze Nightfly weer wat beter hebben leren kennen.

Makkum - IJmuiden , 28 april 2006 IJmuiden-Vlieland ,29 april 2006

Paard van Marken We hebben 4 dagen vrij, het lijkt een hele vakantie. We gaan een rondje Noord-Holland doen, voor het eerst het zoute water op. Om 7.30 uur loopt de motor en varen we de haven van Makkum uit. Koers 180 , NW 3-4 oplopend naar 5-6, er worden wat buien voorspelt Om 12.30 uur passeren we Enkhuizen en gaan door de sluis het Markermeer op. Het Paard van Marken zien we al duidelijk als we richting Amsterdam komen.

Rond 17.00 uur leggen we aan bij de wachtsteiger voor de spoorbrug die pas om 18.00 uur zal draaien. Dan hebben we dus even pauze. Het is inmiddels flink afgekoeld door wat nattigheid. Achter ons legt een schip aan met aan zijn bakboordzijde een ander schip vastgebonden dat hij op sleep heeft genomen. De heren hebben problemen met de accu, waardoor de motor niet meer start. Men vraagt of wij ze verder mee willen nemen, omdat de helpers niet verder naar Amsterdam gaan. Uiteraard doen wij dat, ook al zal ons dat nogal wat tijd gaan kosten. Maar als je zelf in de penairie zit, wil je ook graag hulp. Onverwacht komt er uit een andere hoek nog een helpende hand, een andere schipper heeft een handaggregaat aan boord en haalt deze op. Met een verlengsnoer naar de accu en laden maar. Na een tijdje proberen ze te starten en jawel, de motor loopt. Mooi, dan kunnen ze zelfstandig verder.

Na de Oranjesluizen hebben we eigenlijk in de planning om een, daar ergens aanwezige, compenseerpaal op te zoeken en ons kompas te stellen en de daarbij behorende stuurtafel voor ons schip te kunnen maken. Maar we zien de bewuste paal niet en besluiten om verder geen tijd te "verliezen" en varen verder. In eerste instantie willen we in de Sixhaven overnachten, maar het lijkt daar aardig vol te liggen (de volgende dag wordt namelijk Koninginnedag gevierd) en tuffen rustig verder over het Noordzeekanaal. Het is mooie zonnige avond geworden en het is geen straf om zo nog een 2 uur door te varen. Ondertussen ga ik lekker een hapje koken en als we dan in IJmuiden aankomen, kunnen we lekker nakaarten en op tijd naar bed.

We worden uiteindelijk om 21.45 uur geschut in de sluis bij IJmuiden en leggen om 22.00 uur in het donker aan in de Marina Seaport. Met grote letters wordt bij de ingang aangegeven dat je je moet melden via de marifoon. Maar na 3 pogingen zonder response geven we het op en houden er een gratis overnachting aan over. Per saldo liggen we er ook maar kort, want de volgende ochtend varen we met een dek vol zand om 8.30 uur naar buiten. Het strand lag aan de andere kant van de havenmuur en heeft er een kleine Sahara van gemaakt. Dat spoelen we er snel weer af als we eenmaal buiten zijn. Voor het eerst de Noordzee voelen met de Nightfly, nou dat voelen is al gauw duidelijk. De wind is N-NW 5-6, buien met onweer zijn voorspeld en als we zeil zetten, laten de golven aardig weten dat het vandaag geen makkelijk tochtje wordt. We zijn blij met het magere zonnetje dat ons net even kan verwarmen, maar over de hele linie is het een verrekte koude dag en dat is niet bevorderlijk voor onze maagjes. We maken aardige klappen op de golven, maar het lijkt de Nightfly niet te deren.

Wij zijn allebei de hele dag katterig en misselijk, gaan om en om binnen op de kajuitbank liggen en proberen wat te slapen en op te warmen. De kustlijn zien we heel lang van dichtbij en dan weer heel ver achter ons. We willen eigenlijk net de verkeerde kant uit, dus moeten we veel extra mijlen afleggen om ons doel te bereiken. We stellen telkens onze verwachting over de aankomsttijd op Vlieland bij, maar dan in negatieve zin wel te verstaan. We denken eerst nog dat we rond 21.00 uur er kunnen zijn en dan nog een hapje te kunnen koken. Nu moet ik er niet aan denken om binnen iets klaar te moeten maken, bovendien moet eerst de andere gasfles worden aangesloten, nummer 1 is leeg. Maar dan zegt Warren weer optimistisch, ik denk dat we nog wel vandaag aankomen. Uiteindelijk wordt het 4.30 uur als we in Vlieland aanleggen. De wind kakt s nacht helemaal in, maar het is wel een hele mooie nacht. Ontelbaar veel sterren, ongelooflijk, zoveel zie je er niet als je thuis eens omhoog kijkt. Nu is alles om je heen donker en heb je geen last van strooilicht. Als we de haven binnen varen, is het water zo glad als een spiegel en is het heeel stil, zo midden in de nacht. Zodra ons hoofd het kussen raakt, zijn we allebei in dromenland.

De volgende dag (eigenlijk dus dezelfde dag) worden we rond 11.00 uur wakker en is het echt stralend zonnig weer. Dat is ons cadeautje voor de vorige dag, denken we maar weer. We maken een lekkere strandwandeling, vallen in een duinpannetje nog even in slaap en de rest van de middag zijn we lekker aan boord met wat lezen, beetje schoon schip maken. Het wordt nog druk die middag in de haven, overal wordt 2 tot 3 dik aangelegd. Het is de meiweek vakantie voor de scholen, vandaar. s Avonds flaneren we door de Dorpsstraat en over de waddijk en gaan een hapje eten in een visrestaurant. Daarna op tijd onze kooien in, want de volgende ochtend hebben we ons vertrek om 9.00 uur gepland. Het waait dan echt flink en wat denk je, weer uit de verkeerde richting. Wij moeten naar Harlingen en daarna via de sluis bij Kornwerderzand terug naar Makkum en de wind komt uit, jawel Z-ZO windkracht 6. Nou weten we weer hoe vaak je overstag moet als je niet buiten de vaargeul wilt komen. Ook fijn als er een vissersboot niet mee wil werken, waardoor wij een stormrondje moeten maken, anders lopen we vast. Als we om 14.50 uur bij de sluis aanleggen, komt de regen met bakken uit de lucht en zijn we drijfnat. Daarna nog een stukje door naar de haven, om 16.00 uur is de Nightfly weer thuis. Totaal hebben we dit weekend 135 mijl gevaren en gaan wij moe maar voldaan naar huis.

Makkum, 20 mei 2006

Een weekend vol gepland met visite. Zaterdag komen Cees & Jannie, Bokke & Jannie en Hienke om de boot te bewonderen en als het even kan mee te zeilen. En zondag stappen Wendy en Sandra met hun wederhelft op. Maar als we vrijdagavond aankomen, ligt de boot behoorlijk aan de lijnen te trekken en te bonken in de box. Het waait stevig en de vooruitzichten voor zaterdag zijn niet veelbelovend. Warren gaat eerst nog een klus klaren, de antenne-tuner moet namelijk verplaatst worden en de antenne langs de achterstag moet ook anders bevestigd worden. Hij heeft het een en ander al thuis voorbereid en we hebben de mazzel dat het nog lang licht is en nog aardig droog. De rest van de avond probeert hij via de SSB radio contact te maken met een andere amateur-zender, wat uiteindelijk wel lukt.

s Nachts ben ik elk uur wel wakker van de herrie buiten, alle geluiden zijn nog niet herkenbaar als je met slecht weer aan boord bent. De volgende ochtend regent het pijpenstelen en het is grijs en Wendy & JD grauw. Er wordt een windwaarschuwing uitgegeven ZW 7-8 met windstoten van 50 knopen, dat is ongeveer windkracht 10. Lekker binnen blijven is dus het devies. Jammer maar helaas. Het wordt uiteraard alsnog een gezellige dag met zn allen Sandra & Jaap in de kajuit. In de middag wordt het zelfs droog en blauw met een zonnetje. Kunnen we nog heerlijk in de kuip genieten van een wijntje. s Avonds komt Wendy mee eten en samen met Warren haalt ze later Jan Durk op van een voetbalfeest. Ze blijven wel erg lang weg, ja hoor ze duiken zelf ook de kroeg nog in. Jan Durk haalt de volgende ochtend zonder kleerscheuren en is weer het heertje. Na een ontbijtje staan Sandra en Jaap om 10.00 uur aan de kade. Het weer is dusdanig opgeklaard dat we de boot zeilklaar kunnen maken en eruit gaan. Dit is voor de meiden de 1e kennismaking met een zeilende Nightfly. Zoals zijn dochters gewend zijn van hem, probeert Warren in zijn enthousiasme zoveel mogelijk uit te leggen en te vertellen over het hoe en wat van het zeilen. We gaan na een tijdje varen voor anker, maken een lunch klaar en daarna weer terug richting haven. We nemen nog een lekker biertje in de kuip als afsluiting.

Onze volgende tocht gaat de hele maand juni duren, want dan hebben we vakantie!!!! Bestemming is Vlieland-Egersund (N) - Schotland, Meer van Lochness - afzakken via de Oostkust van Engeland en weer terug naar Makkum. Tot later..........

Makkum-Vlieland-Egersund (N) - Caledonisch Kanaal- Meer van Lochness-Oostkust Schotland/Engeland tot Whitby- Den Helder-Makkum    1 juni 2006 - 2 juli 2006

No-Shot-Eng

Eindelijk is onze vakantie van ruim 4 weken aangebroken. Ik kan me niet heugen dat we zolang achter elkaar vrij zijn geweest anders dan schoolvakanties. En we hebben er zin in. Onze eerste vakantiedag doen we lekker op ons gemak. De laatste boodschappen en daarna alles in de boot stouwen.

Vrijdag 2 juni

De volgende ochtend, is het mooi zonnig weer, N-O 4. Vandaag is Vlieland onze bestemming en die bereiken we op de motor, het is helaas niet bezeild.
Onderweg boekt Warren een groot succes, hij krijgt het eindelijk voor elkaar om via de korte golf radio een e-mail te versturen. Hij is werkelijk helemaal opgewonden, het heeft dan ook lang genoeg geduurd voordat het wilde lukken. Dit betekent dat we gedurende onze vakantie onze positie via WinLink kunnen doorgeven, waardoor men onze route kan volgen. Bovendien kunnen we nu gewoon met het thuisfront e-mailen. Maar het allerbelangrijkste, we hebben nu ook de mogelijkheid om gribfiles en weerberichten op te halen. En daar zijn we vooral heel erg blij mee.
In de haven van Vlieland ontmoeten we een Australisch echtpaar a/b Honeymoon die al een mooi poosje rond de wereld zeilen. Ze willen nog naar Noorwegen en dan richting het Caribisch gebied.
Ons volgende traject gaat van Vlieland pal Noord de Noordzee op richting Noorwegen. Raar idee om niet te zien waar je heen gaat, alleen maar water. En als het goed is, kom je uit waar je wilt dat je uitkomt.

Overdag hebben we telkens redelijk zonnig weer, maar de wind wordt steeds sterker en varieert tussen kracht 4 en 6. We moeten hoog aan de wind varen. Daarmee worden de golven ook hoger en steiler.
De nachten zijn erg koud als we om beurten op wacht zitten. We maken behoorlijke klappen op de golven en vallen in diepe dalen. Het ziet er s nachts ook wel heel spectaculair uit als je over de buiskap naar voren kijkt. En je staat daar dan helemaal alleen, je maatje ligt in de kajuit te slapen. Althans dat probeer je, want ook binnen geeft het een hels kabaal als de Nightfly zich een weg baant door de golven. Het lijkt wel of je in de trommel van een wasmachine ligt, het water klotst en bonkt dat het een lieve lust is. Daarnaast moet er regelmatig ergens een schoen of handdoek tussen gelegd worden tegen het rammelen van allerlei spullen/flessen die je uit de slaap houden.

Onze magen moeten ook wennen aan deze bewegingen, het zogenaamde inslingeren. De eerste drie dagen en nachten hebben we echt moeite om iets naar binnen te werken. Het wordt gewoonweg geweigerd door de maag. Er gaan wel vele potten thee door met daarbij scheepsbeschuit. Dat wil nog wel. Toch proberen we telkens een enkele boterham te eten. Voordat die bij mij op is, ben ik ongeveer een half uur verder. Nooit geweten dat het zo langzaam kon. Voor het warme eten wordt het een beetje rijst met wat roerbakgroente er doorheen. Het blijft allemaal gelukkig wel binnen, maar niet van harte. Het blijkt later bij aankomst in Noorwegen wel een goede manier om wat gewicht kwijt te raken. Voor Warren een mooie opsteker, kan hij het komende jaar tenminste met excuus een beetje reserve gaan kweken...

Ons wachtsysteem start om 22.00 uur s avonds, elke drie uur wisselen we elkaar af tot 10.00 uur de volgende ochtend. Daarna ontbijten we samen en overdag wordt er ook nog wel zo hier en daar een dutje gedaan. Rond 20.00 uur gaat er weer n van ons voorslapen en zo zit je niet elke nacht dezelfde uren op wacht. Doordat we richting het Noorden varen, worden de nachten korter en dat is erg prettig. De zon gaat gemiddeld pas rond 22.30 uur onder en komt alweer boven de horizon omstreeks 04.00 uur. De hemel is  heel helder met veel sterren. Dat maakt het ontdekken van andere schepen vrij eenvoudig. Je ontwaart al snel de lichten van deze, voornamelijk heeeele, grote vrachtschepen, soms lijkt het wel een disco. Het is niet nodig om koers te verleggen, we passeren op gepaste afstanden.

Wat het varen ook vergemakkelijkt, is ons derde bemanningslid. Wat zijn we daar blij mee, de windvaan stuurinrichting is echt goud waard. Zodra we op koers liggen, wordt hij de stuurman en zorgt ervoor dat ons schip steeds goed in de wind blijft varen. Valt weer een beetje af, loeft weer op en zo kan hij dat dag en nacht, 24 uur achter elkaar volhouden, terwijl wij eten klaarmaken, slapen, poepen of een rif moeten zetten. En dat allemaal zonder enig protest. Althans als je maar zorgt dat alle daarvoor benodigde lijnen soepel blijven lopen. Want Warren ontdekt op een gegeven moment dat 1 van de stuurlijntjes schavielt en er al een flink stuk van de buitenmantel aan het rafelen is. Hopelijk blijft het nog heel tot we in Noorwegen zijn, maar we houden het angstvallig in de gaten. Warren heeft ook uitgedokterd hoe je alleen de overstag manoeuvre kunt uitvoeren zonder de ander daarvoor te hoeven storen. Je zet de grootschoot vast, trekt 14 x aan de lijn van de windvaan, daarmee wordt de koers 110 verlegd. Het schip stuurt zichzelf dan door de wind, op dat moment laat je de fokkenschoot vieren en helemaal los, dan trek je hem aan de andere kant weer aan en vast op de lier. De laatste nacht op zee brengt Warren het in de praktijk, natuurlijk wil het dan niet lukken. Nightfly valt stil in de wind en wil niet doen wat wij willen. Alle hens aan dek!! Ik vlieg uit mijn slaapzak, nog niet wetend wat er loos is. Het valt gelukkig allemaal mee, ik stuur even op de hand, terwijl Warren de windvaan weer goed instelt. Daarna overstag en mag ik weer terug in mn nestje.

Op onze 4e dag op zee ziet Warren s middags vaag in de verte de kust van Noorwegen opdoemen. Die blijft nog heel lang vaag, want we blijven redelijk parallel aan de kustlijn varen. Prompt hebben we ook weer bereik met onze mobiele telefoon en worden dan ook direct gebeld. Hans, onze zwager, is erg nieuwsgierig hoe het ons vergaat. Hij volgt ons op de voet via Winlink. Hans gaat ons op onze grote reis ook een stuk vergezellen, van Chili naar Antartica. We worden allebei al een beetje opgewonden bij het idee dat we weer voet aan wal kunnen zetten.

Egersund We hebben ook weer zin in eten klaarmaken en laten het ons dan ook goed smaken. De koffie komt ook weer op tafel met koek. Het gaat erop lijken dat we Egersund in de nacht aan lopen. We lezen allebei nog eens goed de pilot door over de aanloop. We hebben hier geen papieren zeekaart van, alleen een elektronische. Daarmee constateren we dat het geen al te moeilijke invaart moet zijn. Er zijn duidelijke sectorlichten die je min of meer de weg wijzen. Gewoon gezond verstand gebruiken. De wind gaat s nachts wat liggen en tegen 02.00 uur heeft Warren, die op wacht is, de ingang gevonden van het fjord. Hij roept mij wakker om buiten mee te kijken, twee zien tenslotte meer dan 1. En het is toch spannend, de eerste keer in een onbekend gebied n donker. De motor gaat aan, we strijken de zeilen en varen rustig naar binnen. De dieptemeter geeft nog altijd minstens 30 meter aan, dat kennen we niet eens op het IJsselmeer. Na de Vrberg moeten we stuurboord uit, we komen in de uitloop van een rivier en aan het einde hiervan ligt de haven van Egersund. We vinden de drijvende steigers en leggen voorzichtig en zachtjes aan. Het is dan 03.15 uur. We zijn heel blij en vooral ook moe, we duiken dan ook snel ons bed in, eindelijk weer saampjes slapen.

Woensdag 7 juni

De volgende ochtend worden we rond 10.30 uur wakker en het is prachtig weer, zon met een blauwe lucht, mooier kan niet om het vakantiegevoel te bevestigen. Als we de wal oplopen. voelt het wat onwennig en lijkt het alsof we dronken zijn. Ons lijf is de beweging van het water nog niet kwijt. De haven blijkt midden in het dorp te liggen en het ziet er gezellig uit. We gebruiken de ochtend om schoon schip te maken, wat echt niet overbodig is. We blijken toch aardig wat zout water te hebben binnengekregen, doordat de bakskisten niet goed afsluiten. En als je dan lang onder helling ligt, loopt het vanzelf naar binnen. Oeps, de bierblikjes onder de vloer beginnen daardoor al te roesten. Dat wordt dus een klus voor als we thuis zijn. Als we onszelf in het zweet gewerkt hebben, volgt een heerlijk douche na 4 dagen!! Dan waardeer je het des te meer. Als beloning een heerlijk tapbiertje op het terras met uitkijk op onze mooie Nightfly. En we prijzen onszelf gelukkig. De volgende dag brengen we de ochtend al klussend en prutsend door. Warren vervangt het stuurlijntje van de windvaan en laat hem door een extra blokje lopen, zodat hij geheel vrij blijft zonder te schavielen. s Middags maken we een lange wandeling het dorp uit, om de Vrberg heen, langs de hele invaart van het fjord, door bos, over bergen klauteren. Een verrassende route die wel een blaar oplevert. Prachtig uitzicht boven op de Vrberg over het hele gebied. s Avonds gaan we lekker uit eten en daarna bereiden we het volgende traject voor, de oversteek van Egersund naar Schotland.

Vrijdag 9 juni

11.00 uur vertrek. Het is werkelijk bloedheet, windstil weer. Voordat we naar buiten gaan, compenseren we de autopilot nog eens. We maken een aantal rondjes met max. 2 knopen snelheid op een breed stuk van het water, niemand heeft zo last van ons. Als we het fjord uitvaren, gaat het heel langzaam voor de wind. Eenmaal buiten schrikken we ons rot, de windmeter geeft kracht 5-6 aan, de golven komen vanuit het Westen vrij aanlopen en we moeten opeens aan de bak. Rif zetten, genua inrollen en werkfok erop, tussen rotsen door naar buiten varen tegen de wind en golven in. Warren is helemaal zeiknat en niet echt blij met mijn stuurkunst. Door wat meer halve wind te sturen, komt er veel minder water over. Sorry schat, ik leer elke dag weer bij. s Nachts wordt het koud en heel vochtig, de zon zien we alleen bij opkomst zonsopgang rond 04.30 uur en de rest van de dag blijft het grijs en vochtig. Nog een tijdje op de motor gevaren bij gebrek aan wind. Warren zet een lekker cdtje op en we galmen met zn tween mee over het water, heerlijk. Als er weer wat wind is, proberen we kottergetuigd te zeilen, m.a.w. de genua op de voorstag en op de kotterstag de werkfok. Lijkt wel aardig. Na het avondeten ben ik aan de afwas, als ik opeens in mn ooghoek een klein musje zie binnen vliegen. Hij landt op het fornuis, maar hij schrikt net zo van mij als ik van hem en verdwijnt weer even snel naar buiten. Je vraagt je af wat hij hier zoekt op zon groot water.  Tijdens onze 2e nacht op zee wordt de wereld om ons heen ineens kleiner. Het wordt steeds mistiger en we zetten de radar aan. We moeten vannacht door een veld van olieplatforms en er staan behoorlijke golven . Daar wordt het niet makkelijk van om de radar goed af te lezen, opletten geblazen en blijven uitkijken dus. We missen net een klein bootje dat op de radar op een golf lijkt. Het is zon bootje dat de mensen van en naar de platforms brengt. We worden ook een paar keer opgeroepen door een guardvessel, zij moeten ervoor zorgen dat je niet te dichtbij zon boorplatform komt en vragen soms om koerswijziging. Daar werken wij uiteraard graag aan mee. Er staat de hele nacht genoeg wind en we vliegen met 7,5 knoop over de grond! Op maandagochtend komt rond 08.30 uur de zon weer door het grijze wolkendek en dan kan de boel weer wat opdrogen, alles is zeiknat van de mist. En wijzelf ook. Het wordt een prachtige dag waarin we lekker een boekje lezen, het zeil trimmen, verslagje schrijven. En ondertussen beurt de Nightfly dr kont telkens weer op om de golven onder haar door te laten glijden. Nu de dolfijnen nog!

We hebben de hele verdere dag nodig om de Moray Firth over te varen richting Inverness. De wind is erg wisselvallig, we varen al een paar pastellucht uur op de motor bij gebrek aan wind, maar plotseling steekt de wind op en waait het van 2 opeens 20 knopen. De lucht laat heel wat dreiging over ons heen komen, allerlei schakeringen van kleur, de horizon lijkt net een pastel schilderij. We ruiken opeens een boslucht en zien steeds meer vogels om ons heen, we naderen weer land. Ook hier weer houdt onze papieren kaart het voor gezien en het laatste stuk van de aanloop naar de ingang van het Caledonische Kanaal doen we weer op de computer. Het klopt allemaal feilloos. Nadat we onder de Kessock Bridge doorgevaren zijn, roepen we via de marifoon de sluismeester bij de ingang op om te horen tot hoe laat we terecht kunnen. 17.00 uur gaat de laatste schutting en we zijn nu 15.00 uur, tijd genoeg dus. Als we in de Caledonian sluis liggen, worden we aan alle kanten geholpen om de lijnen vast te leggen. De sluismeester loopt alle boten persoonlijk langs en vertelt dat we met het water omhoog gaan. Hier moeten we ook een toegangskaart kopen om het Kanaal bevaren. Tevens krijgen we daar info over het Meer van Lochness en de plaatsen waar we aan kunnen leggen. Want we hebben hier verder niets van. Na de 1e sluis en draaibrug volgt nog een sluis en dan zijn we "binnen". De 1e nacht blijven we in de Marina Seaport liggen waar we heerlijk kunnen douchen en een wasje draaien. Nadat we met veel moeite geld hebben kunnen pinnen (onze credit card wordt om onduidelijke reden niet geaccepteerd) gaan we naar een plaatselijke pub waar we heerlijk eten met een lekker pint ernaast. Tevens kunnen we op een groot scherm meekijken naar de WK voetbal, erg gezellig.

Als de volgende ochtend de was in de droger zit, komt Warren met het idee om nu, direct, met de eerstvolgende schutting van de 4 volgende sluizen mee te gaan. Of ik zover ben, vraagt ie. Ja natuurlijk, we zijn heel flexibel, maar de was dan? Geen probleem, die halen we straks gewoon op. Het is tenslotte maar een paar honderd meter teruglopen, als we door deze schutting heen zijn. Het is toch een aparte belevenis, zon schutting in Schotland. De sluiswachters zijn weer bijzonder hulpvaardig en praatgraag, dus dat staat Warren wel aan. Na dit sluizencomplex volgt nog 1 draaibrug en 1 sluis tot aan het meer zelf. Het kanaal is leuk om op te varen met dit weer, mooie bloemen overal en je ziet aan weerszijden van het kanaal veel mensen fietsen en joggen. Als we uiteindelijk bij het meer aankomen, blijkt dat de wind recht van voren komt, zodat we besluiten op de motor naar de westkant van het Lochness meer varen waar Fort Augustus ligt. Het meer van Lochness blijkt minder mysterieus te zijn dan de verhalen. Toch geeft het wel een leuk gevoel om met onze eigen Nightfly op dit beruchte meer te varen, ook al zien we Nessie niet. In Fort Augustus leggen we in de avondzon aan langs de steiger. Ook hier is weer een sluizencomplex van 5 trappen omhoog, dit is het hoogste punt, daarna gaat het kanaal weer neerwaarts. Fort railingnet Augustus ziet er wel leuk uit met eettentjes en wat kroegjes. We wagen ons vanavond aan de fish and chips en laten het ons goed smaken. De volgende ochtend blijkt Warren op de tocht te hebben gelegen wat resulteert in een behoorlijk stijve nek. Bij elke beweging maakt hij geluiden die ik hem nog nooit heb horen maken, je blijft versteld staan met zon man. Na een warme douche, srl gel erop en een warme das om lukt het Warren om de dag redelijk door te komen. Gelukkig schijnt de zon lekker warm, zo hebben we het nog niet gehad. De wind is gelukkig niet gedraaid, want we gaan dezelfde route terug en kunnen dus voor de wind zeilen met de halfwinder ervoor. Mooi gezicht, die kleuren. Er wordt zelfs nog geklust vandaag. Aan weerszijden van de boot komt een relingnet vanaf de preekstoel tot aan de 2e septer. Rond 18.00 uur leggen we weer aan voor de laatste sluizen bij Muirtown, deze 2 dagen hebben we 76 Mijl afgelegd, ons totale log geeft 1486 NM aan. Dat begint ergens op te lijken.

Donderdag 15 juni
Tanken we rode diesel (bon heel goed bewaren) in Seaport Marina en laten het Caledonisch Kanaal achter ons om naar Inverness te gaan. Dit ligt nagenoeg om de hoek. We varen de rivier zover op tot we niet meer verder kunnen en leggen naast een roestige schuit aan. Je hebt er verder niets, maar we moeten wel 12,-- afrekenen bij de havenmeester. Daarna lekker het centrum in, lekker sjouwen, beetje shoppen. Warren duikt eerst bij een kapper naar binnen, het is echt nodig en we hebben de tondeuse niet bij ons. We halen nog een speciaal cadeautje voor onze nieuwbakken a.s. schoonzoon die jarig is in onze vakantie. In een pub kijken we naar Engeland-Trinidad, helaas wint Engeland onverdiend met 2-0. Daarna hebben we zin in een pizza en zoeken een Italiaans restaurant op. Als we eenmaal al aan tafel zitten, blijkt op de kaart geen enkele pizza te staan. Gelukkig staan er genoeg andere lekkere dingen op. Bij Buckie terugkomst op de boot gaan we nog even aan de slag met de deksels van de bakskisten, We hebben een rol met rubberen afdichtings seal gekocht en willen uitproberen of dit voldoende afsluiting geeft. De volgende ochtend hebben we ons vertrek om 7.00 uur gepland, de dag is dan lekker lang. Rond 9.00 uur varen we bij de witte vuurtoren langs en warempel, we spotten onze 1e dolfijnen! We hadden gelezen dat in de Moray Firth hele kolonies wonen, maar ja dan moet je ze nog zien natuurlijk. Maar we hebben geluk en zijn door het dolle heen, ook al zien we ze maar heel even. Later die dag zien we er weer een aantal wat verder weg. Aangezien deze avond om 17.00 uur Nederland moet voetballen tegen Ivoorkust hebben we uitgerekend dat we in Buckie moeten stoppen om deze wedstrijd te kunnen zien. Dit is niet echt een haven voor de pleziervaart, er liggen allemaal grote vrachtschepen en vissersboten. We leggen tegen de kade aan met hele lange lijnen, want dit is een getijde haven. Als we na de wedstrijd (2-1) weer bij de boot terug komen, zien we eerst niets liggen. Maar als je over de kademuur naar beneden kijkt, ligt Nightfly in de diepte, stilletjes op ons te wachten.

Zaterdag 17 juni
Half zeven in de ochtend zetten we oostelijke koers naar Fraserburgh, vandaar gaat de koers naar het zuiden. Helaas weinig wind, 3 knopen, dus op de motor. Al snel begint het te miezeren en dat blijft zo de hele tijd tot 17-00 uur. Ook deze dag zien we weer dolfijnen en zeehonden om ons heen. Als Warren even binnen ligt te slapen en ik op het brugdek wat lig te niksen, opeens een hard geluid alsof er iets uit de lucht op het dek knalt. We schrikken ons te pletter en schieten naar voren. Daar blijkt de lier, die op de mast geschroefd zit, losgetrild te zijn, de lier is in drie delen uit elkaar op het dek gedonderd. Wat een wonder dat we alle onderdelen nog net op tijd kunnen grijpen voordat het over boord valt. Direct worden alle schroeven, bouten en wat meer van dat spul gecontroleerd. Hoe was dat spreekwoord ook al weer, men delft de put als het kalf verdronken is. Ja ja, weer wat geleerd zonder al te grote kleerscheuren.

Later die avond trekt de wind behoorlijk aan tot 20-25 knopen en komt ie  schuin van voren. Dat vindt onze motor niet zo geweldig, hij moet aardig zijn best doen om tegen de wind en golven in te boksen. Als we in Stonehaven om 21.00 uur aanleggen, hebben we die dag 91 Mijl afgelegd. Wat een schattig haventje, we liggen in de buitenhaven waar we met onze diepgang nog net in kunnen. De binnenhaven valt bij eb geheel droog en alle vissersbootjes liggen dan schots en scheef in de modder. Ook hier weer met lange lijnen aanleggen, anders hang je jezelf op. Als we de kade oplopen, horen we muziek en geroezemoes. Bij de kroeg is het een gezellige boel en we genieten van een lekker biertje. De mensen blijken het hier mooi weer te vinden, want men is schaars gekleed op deze avond. Maar wij zijn koud aangelegd als je de hele dag op zee bent geweest. Steevast hebben we een paar lagen kleren aan, die als het weer het toelaat, vanzelf uitgetrokken kunnen worden.

Die nacht blijkt er nog een Nederlandse zeilboot te zijn binnen gekomen, ook een vd Stadt 34 van aluminium. Wim en Jan, twee 60 plussers, zijn met de "Johanna" op weg naar het Noorden. Wim heeft er al aardig wat verre trips op zitten en is ook in Ushuaia in Chili geweest. Hij heeft daar aardig wat kaarten van en geeft ons zijn e-mail adres. Hij komt onze boot van binnen bewonderen en laat ons natuurlijk ook zijn trots bekijken. Hierdoor is ons vertrek wat later geworden.

Om 10.30 uur varen we wederom op de motor met wind en stroom tegen, Z 3-5. Het zicht is helder en het is droog, maar er komen veel buien langs. We varen een hele tijd parallel aan de kustlijn, onze snelheid loopt wat op als we de stroom mee krijgen. Later valt er af en toe een buitje en zien we nagenoeg geen land meer. We krijgen een sms-je van mijn broer en schoonzus, die blijken in Edinburgh te zijn. Ze vragen wanneer wij denken daar te zijn. Maar helaas lukt het niet om elkaar te treffen, de planning is niet betrouwbaar te voorspellen.

kwal Als ik rond 19.00 uur het eten klaar heb, lopen we de Firth of Forth binnen. Er drijven hier hele grote kwallen in het water met van die mooie lange gekleurde haren. Voordat we deze baai helemaal door zijn, trekken er zwarte wolken over met regelmatig dikke buien die het zicht behoorlijk verminderen. Maar als het weer droog is, kunnen we wat verder voor ons kijken. We zien er lang van te voren de verlichting van de spoorbrug en de autobrug die we allebei onderdoor moeten voordat we in Port Edgar zijn. Er komen hele grote schepen langs die door een pilotboot worden begeleid. Die jongens met de pilotboten maken behoorlijk golfslag.

Het is al weer na middernacht als we na de 2 bruggen bakboord moeten sturen richting de haven. We schrikken even van de sterke stroming die hier staat, in het donker zie je dat niet zo snel, voelen des te beter. We sturen voorzichtig naar binnen, want ook in deze haven laat de diepte niet veel te wensen over bij eb. En jawel het is nu laag water. Maar het lukt ons best om een box te vinden waar we in passen, morgen zien we wel verder. Na 107 Mijl eerst maar eens lekker slapen na een lange dag alleen maar motoren.

We blijven in Port Edgar liggen van maandag tot en met donderdag. Hier gunnen we onszelf wat rust. We liggen vlakbij Edinburgh en daar willen we dinsdag naar toe. Bovendien loopt de barometer gestaag naar beneden en zijn de voorspellingen dusdanig ( windkracht 7-8) dat we blij zijn niet op het water zitten. Alleen al in de box worden we bijna zeeziek van de golfslag.

Port Edgar is een oude marinehaven en nu erg actief met zeillessen. Ze hebben veel leden en elke dag is er wel wat te doen op het water. Het is een groot terrein met oude loodsen waar wat winkels in gevestigd zijn. Helaas stelt het caf weinig voor, dus zoeken we ons heil in het dorp vlakbij. South Queensferry is een leuk oud plaatsje met een grote supermarkt, een bibliotheek waar we direct induiken en gratis op Internet mogen. Er zijn diverse restaurants en pubs, wij zoeken vast de leukste uit om de voetbalwedstrijden te volgen.

Dinsdag nemen we de bus naar Edinburgh en bezoeken het Castle als eerste. De weg ernaar toe gaat door kleine steegjes en over oude geplaveide straten. Eenmaal boven heb je een prachtig uitzicht over de stad en de Firth of Forth. Het kost veel tijd om het kasteel te bekijken en als we in de middag weer afdalen naar het centrum, begint het te miezeren. We informeren bij het busstation hoe we de volgende dag het beste naar Falkirk kunnen reizen. Dit ligt landinwaarts en we zullen in Linlithgow moeten overstappen. Wat zijn de Schotten ontzettend aardige mensen, telkens weer valt het ons op hoe behulpzaam ze zijn en je heel makkelijk aanspreken. Vooral de ouderen.

De volgende dag komen we in de bus een meneer tegen die we al eerder gesproken hadden. Als we vertellen dat we naar Falkirk gaan, biedt hij direct aan om ons precies te wijzen welke bus we in Linlithgow moeten hebben en hoe laat die komt. Hij lijkt het hele busboekje uit zijn hoofd te kennen.

Falkirk Wheel In Falkirk gaan het we Falkirk Wheel bekijken, een soort botenlift, maar dit is er een die je nergens anders ziet. In 4 minuten tijd ga je 36 meter omhoog, helaas is het alleen beperkt tot de Narrow Boats, hele lange smalle ondiepe boten die je veel in Schotland ziet in de binnenwateren. Dit kanaal loopt in Edinburgh dood. Het wheel vervangt ongeveer 12 sluizen die natuurlijk veel meer tijd vroegen. Erg indrukwekkend om te zien, maar ongelooflijk hoeveel geld dit heeft gekost en hoe weinig boten hier gebruik van kunnen maken. Wij zien hier niet de noodzaak van in.

Op de terugweg moeten we in Linlithgow ruim 2 uur wachten op onze busaansluiting. Die tijd benutten we om een kasteel met kerk te bezichtigen die om de hoek liggen. Daarna doen we vast boodschappen voor onze volgende etappe, donderdag gaan we door naar Whitby en dat lukt niet in 1 dag. s Avonds eten we eindelijk pizza in South Queensferry, het blijft de rest van de avond regenen.

Als we de volgende dag om 07.00 uur vertrekken, varen we alleen op de genua de Firth of Forth door. Nu zien we bij daglicht hoe mooi het hier is en zien Edinburgh aan stuurboordzijde voorbij glijden. Het is mooi weer en Warren gaat een lekker bakje koffie zetten. Ondertussen stuurt hij weer een positierapport uit via de korte golfzender, maar dan maakt de boot een onverwachte beweging en ja hoor, daar gaat de koffiefilter met drab over de kajuitvloer. Jasses, wat een vieze bende om op te ruimen, hij moppert een eind in de ruimte en wordt er een beetje vervelend van in zijn maag. Als je te lang binnen bent en dan dat soort klusjes moet opknappen, dat is niet leuk voor je maag.

Bass Rock Op dat moment passeren we Bass Rock, een hele grote rots midden in het water met als enige bewoners een kolonie Jan van Genten. Het grappige is dat ik net een artikel van Anje Valk lees in het blad Zeilen dat over hetzelfde gebied gaat als waar wij nu zijn. En er staat ook een foto bij van Bass Rock, die net zo vol gescheten is als dat wij hem nu in het echt voor ons zien. Ze vergezellen ons nog een lange tijd, scheren voor ons langs of duiken in het water om wat te vangen. Ook zo grappig zijn de papegaaiduikers, kleine vogeltjes die heel eigenwijs laag over het water trappelen om op te stijgen. En inderdaad de snuit van een papegaai hebben.

Aan het eind van de avond is onze gemiddelde snelheid behoorlijk ingekakt tot 2,2 knopen over de grond. We hebben duidelijk de stroom tegen en de wind is wisselvallig. Dat vindt de windvaan ook niet aardig en we blijven die nacht corrigeren wat erg irritant is. Uiteindelijk blijkt gewoon dat we de zeilen niet goed uitgetrimd hebben, dus toch maar weer het boekje erbij gehaald. De kust trekt erg langzaam aan ons voorbij, het lijkt alsof we niet vooruit komen. Maar gelukkig, we komen toch in Whitby aan en wel om 14.45 uur. Het is er erg toeristisch, de kade loopt vol mensen. Het is zonnig weer en wij maken ook een rondje door de stad.

Voordat we gaan eten, doen we eerst nog een dutje. Daar worden we ruw uitgehaald door een naar telefoontje uit Nederland dat er iemand in onze vriendenkring plotseling is overleden. We bespreken de mogelijkheid om direct terug te varen naar Nederland, maar besluiten toch om dat niet te doen. We hebben net 1 nacht doorgevaren en zijn niet echt uitgerust. Dan is het niet verstandig om hals over kop op te breken. Dus we blijven nog 1 dag.

Whitby Abbey Zaterdag maken we een wandeling naar de overblijfselen van de Abby of Whitby. Daar zouden de opnamen gemaakt zijn voor de film van Dracula, het ziet er op het kerkhof ook onheilspellend uit als je er bliksemflitsen en donderbuien bij bedenkt. Vanuit Whitby is in vroegere tijden James Cook met zijn schepen naar verre oorden vertrokken, hiervan zijn diverse monumenten te vinden in het dorp. De havenmeester geeft ons de tip om 2 uur voor hoog water te vertrekken, dan hebben we een aantal uren de stroom mee als we buiten zijn. Dat betekent dat we zondagochtend om 02.00 uur ons bed uit moeten, de brug waar we door moeten draait om 02.30 uur de eerste keer en wij varen als enige de haven uit in alle stilte. We groeten de brugwachter en zetten koers naar het Zuid-oosten.

Ook nu weer is er totaal geen wind en het wateroppervlak lijkt net olie. Ik duik weer mijn bedje in en los Warren drie uurtjes later af. Om 10.00 uur maakt Warren een lekker ontbijtje. De zon wil nog steeds niet doorkomen, er is een vreemde wolkenband over getrokken waarbij de wind 90 shift en daarna weer insterft. Ik lig op het brugdek te doezelen als Warren weer eens koffie aan het zetten is. Dan ziet hij aan bakboord door het raam opeens een vin langskomen. Hij stormt naar buiten en vliegt over mij heen naar de boeg van ons schip. Ik erachter aan en jawel hoor, twee dolfijnen zwemmen voor en onder de boeg door, maken een buiteling en komen weer terug. Machtig, wij hangen helemaal over de reling heen om ze goed te bekijken. Het water is erg helder, dus je ziet duidelijk waar ze heen gaan. Warren vliegt naar binnen voor het fototoestel, maar als hij een foto wil maken blijkt de batterij leeg te zijn. Weer naar binnen, nieuwe batterij halen en dan zijn ze nog steeds bij ons. Ze draaien zich op hun zij om ons te kunnen zien, zo bijzonder. Na de foto zijn ze vrij snel verdwenen, wij praten nog lang opgewonden na over deze ervaring.

s Middags schijnt de zon aardig en komen er al een aantal booreilanden in zicht. We koken een lekker potje eten en de avond sluit toch nog af met een mooie avondzon in de kuip. Voordat onze nachtdienst begint, steken we eerst 1 rif in het zeil. De zee wordt die nacht steeds onrustiger en de wind is vlagerig. Als ik Warren om 01.00 uur aflos, passeren we een straat van boorplatforms badend in het licht, een vreemd gezicht in deze donkere nacht. Ik moet echt wennen aan het slechte zicht, het regent inmiddels behoorlijk en de wind blijft aantrekken naar 23-27 knopen. Het voelt niet prettig meer en ik maak Warren wakker om zeil te minderen. We zetten het 2e rif, rollen de genua in en hijsen de werkfok op de kotterstag. Hiermee liggen we heel wat stabieler op de golven die telkens van opzij over komen rollen. Het wordt een lastige nacht met zware zeegang en alleen maar regenbuien. We worden ook nu weer opgeroepen door een guardship van een booreiland en deze keer blijkt men verrast te zijn dat er een vrouw aan de marifoon komt. Opeens is het yes M'em, no problem M'em, maar of wij deze koers willen blijven houden en niet dichter bij het booreiland langs willen gaan. Nadat we uitgesproken zijn, horen we een andere man tegen die eerste roepen, h slijmbal of zoiets. Warren ligt helemaal in een deuk in zijn slaapzak.

De hele maandag blijft het zo'n shitweer zonder een droog moment, de golven slaan echt behoorlijk over de kajuit heen. Zo bar dat het railingkleed aan stuurboord eraan moet geloven, het scheurt helemaal stuk aan de onderkant. Op een gegeven moment ziet Warren dat de ingerolde rolfok windkracht 7 los is geslagen, gelukkig ziet hij het op tijd om erger te voorkomen. Maar het is erg lastig om voor op de preekstoel te staan als de punt telkens in de golven beukt en te proberen die fok weer in het gareel te krijgen. Hij lukt hem uiteindelijk om er een stuk lijn omheen te slaan en maakt die vast aan de maststeunen. We passeren de drie shipping-lanes voor de Nederlandse kust zonder problemen, weinig scheepvaart, maar we zetten wel even de radar bij met dit slechte zicht.

Het waait nu al zo'n 16 uur achter elkaar kracht 7 en we zijn het aardig zat aan het worden. Wanneer wordt het nou eens minder en kunnen we met deze zeegang wel bij Den Helder naar binnen of moeten we uitwijken naar IJmuiden? We roepen de Nederlandse Kustwacht op en vragen naar de actuele situatie. Het schijnt bij de kust maar windkracht 4-5 te waaien en wij vragen ons af hoe lang het nog duurt voordat wij daar iets van gaan merken.

Om 19.00 uur lopen we het Schulpengat aan bij Noord Holland en dan wordt het inderdaad rustiger, gelukkig! Uiteindelijk zijn we om 21.15 uur binnen in de Marina van Den Helder. Daar blijkt ook nog onze Nederlandse vlag op het laatste stuk uit zijn houder te zijn verdwenen, sorry Wendy en Sandra. De oversteek van Whitby naar Den Helder hebben we in recordtijd afgelegd, 279 NM in 43 uur, gemiddeld 6,5 knoop per uur. Dat is dan weer een pluspunt van dit laatste traject. We eindigen de dag in het caf in de haven waar ze heerlijke zelfgemaakte soep hebben en friet met sat. Want je snapt zeker wel dat wij nog steeds niet gekookt hadden..

Dinsdag 27 juni

Het laatste stukje zeilen voordat we weer in de thuishaven Makkum zijn. We gaan bij Texel onderlangs over de Waddenzee, lekker rustig weer vergeleken met gisteren en bellen met het thuisfront dat we weer in veilig water zijn beland. Het is hier zelfs druk voor onze begrippen, zon 20 schepen om ons heen. Moeten we weer even de voorrangsregels in acht nemen. De laatste hindernis is de sluis bij Kornwerd en dan leggen we rond 21.00 uur aan in Makkum, weer thuis. De volgende dag maken we uitgebreid schoon schip en gaan in de avond naar huis zodat we donderdag toch op de begrafenis kunnen zijn. Een minder leuk eind van onze vakantie, maar we zijn blij dat we erbij zijn voor Maril.

Deze reis heeft ons veel mooie momenten opgeleverd, hele leerzame en gewoon hele leuke dingen. Dit zou ook de test worden voor de Nightfly en die heeft ze glansrijk doorstaan. Met andere woorden, het licht blijft op groen staan voor ons vertrek volgend jaar juli 2007. Het laatste jaar voor de voorbereidingen is aangebroken, het zal een druk en "lastig" jaar worden. Maar we zijn er nog steeds van overtuigd dat we de goede beslissing hebben genomen om deze reis te ondernemen. Dus laat ze maar komen, die laatste loodjes.